Het bestaande groen bepaalt de structuur van het plan. Bestaande bomen en landschappelijke lijnen blijven behouden en worden waar nodig versterkt. Daartussen ontstaat een autovrij woonmilieu waarin voetgangers en fietsers centraal staan. Parkeren is zorgvuldig aan de randen van het gebied georganiseerd, waardoor het hart van het plan vrij blijft voor verblijf, ontmoeting en natuur.
Rond een collectieve binnentuin ligt een gevarieerd ensemble van woningen en gebouwen. Vlonderpaden, informele zitplekken, collectieve bergingen en een buurtkamer stimuleren dagelijks gebruik van de gezamenlijke ruimte en geven het Twentse noaberschap een ruimtelijke vertaling. De binnentuin fungeert tegelijk als ecologisch en klimaatadaptief hart van de buurt. Hier wordt regenwater opgevangen en gebufferd in een landschappelijk vormgegeven systeem van wadi's en lagere groenzones, waardoor waterbeheer onderdeel wordt van de woonkwaliteit.
De bebouwing bestaat uit een mix van maisonnettes, appartementen, levensloopbestendige woningen, rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen. Door deze diversiteit ontstaat ruimte voor verschillende generaties en levensfasen binnen één woongemeenschap.
De architectuur verwijst naar de eenvoud en herkenbaarheid van agrarische gebouwen uit de regio. Verschillende volumes, kapvormen en woningtypen zorgen voor afwisseling, terwijl een gezamenlijke materialisering en consequente detaillering zorgen voor samenhang. Houten gevels, diepe neggen, zichtbare constructieve elementen en natuurlijke materialen geven de bebouwing een rustige, ambachtelijke uitstraling die past bij de landschappelijke context.
Ook in de uitwerking van de overgang tussen woning en openbare ruimte speelt ontmoeting een belangrijke rol. Overdekte entrees, veranda's en gemeenschappelijke routes creëren een geleidelijke overgang van privé naar collectief en maken ruimte voor spontane ontmoetingen tussen bewoners.
Tijdens het ontwerpproces speelden fysieke modellen een belangrijke rol. Met houten studiemaquettes onderzochten we de schaal, positionering en onderlinge samenhang van de gebouwen binnen het landschap. Deze manier van werken maakte de ruimtelijke kwaliteit van het hof tastbaar en hielp om de gewenste kleinschaligheid en ambachtelijkheid verder te verfijnen.
Dat proces resulteerde uiteindelijk in een gedetailleerde schaalmaquette die, hoewel geen onderdeel van de uitvraag, van grote waarde bleek voor het ontwerp. De maquette bracht de relatie tussen landschap, architectuur en collectieve ruimte overtuigend in beeld en maakte voelbaar hoe Hof op de Marke uitgroeit tot een woonomgeving waarin gemeenschap, natuur en vakmanschap elkaar versterken.