Wanneer je in de Melkhal omhoogkijkt en je verbeelding laat spreken, zie je nog hoe de melk haar weg vond door de pijpleidingen van de fabriek. Duizenden liters yoghurt, boter, karnemelk, room en melk zijn bijna honderd jaar op deze locatie bereid. Wat ooit begon met één fabriek, groeide uit tot een enorm complex, als een opzichzelfstaand stadje midden in Enschede. Hier ontstond ook de eerste boerencoöperatie van Nederland. Die richtte de Boerenleenbank op, toen nog de BO, nu beter bekend als de Rabobank. In de jaren negentig van de vorige eeuw werd Rabobank eigenaar van het toen leegstaande complex.
Na jaren van leegstand en een brand in 2013 leek het pand rijp voor de sloop, maar wij wilden dat voorkomen. Enschede was ooit een echte industriestad, maar haast al die historische fabrieksgebouwen zijn in de loop der jaren verdwenen. En dat is een gemiste kans. Neem een steden als Manchester en Eindhoven die bruisen dankzij de herbestemde industriële gebouwen.
‘Was het écht niet mogelijk om hier een herontwikkeling te starten?’
We stapten naar de Rabobank, die aangaf al meerdere vergeefse pogingen te hebben gedaan met verschillende ontwikkelaars. Toch gaven we niet op. We toonden lef en presenteerden een sterke stedenbouwkundige visie, een overtuigend beeldkwaliteitsplan en een sluitende invetseringsopzet. Met succes. Daar waar vroeger de melkproductie plaatsvond, vind je nu een levendige plek om te wonen, werken en ondernemen.
Wie de Melkhal binnenstapt, wordt direct getroffen door de spectaculaire overkapping. Het was nog even spannend of die in ere hersteld kon worden. Jarenlange leegstand en vandalisme hadden hun sporen achtergelaten en zelfs bomen groeiden door het dak. De kap leek aanvankelijk een groot risico in de ontwikkeling, niemand wist of de constructie nog sterk genoeg was. Gelukkig bleek de staalconstructie sterk en kon het dak volledig worden hersteld. De lichtinval die daardoor de ruimte vult, geeft de Melkhal haar karakteristieke sfeer terug.
Na het herstel van de constructie is het gebouw zorgvuldig schoongemaakt en zijn alleen die aanpassingen gedaan die nodig waren voor veiligheid en het nieuwe gebruik. De wanden en vloeren zijn hersteld, nieuwe openingen zijn toegevoegd, maar de sporen van het verleden bleven zichtbaar. De Melkhal ademt daardoor nog altijd de rauwe sfeer van het industriële verleden, maar functioneert nu als een duurzame, toekomstgerichte werkomgeving.
Zonnepanelen dragen bij aan de energievoorziening van het gebouw en de uitgekiende klimaat- en verlichtingsinstallatie maakt optimaal gebruik van de typische doorsnede van de fabriek. Deze duurzame oplossingen resulteerden in een energielabel B en een BREEAM In-Use Excellent certificering.
De grote fabriekshal heeft recent een verdere aankleding gekregen met blauwe meubelvolumes. Deze meubels zijn speciaal ontworpen naar de maat en schaal van de hal en sluiten met hun kleur aan bij de originele melkhaltegels die nog aanwezig waren. De uitdaging was om plekken te creëren die geen vaste functie hebben, maar wél uitnodigen tot gebruik. De meubels zijn daarom ontworpen als flexibele zitplekken waar bezoekers hun broodje kunnen eten, studenten kunnen werken of collega’s informeel kunnen overleggen. De hal is daardoor veranderd in een aangename verblijfsplek binnen een verkeersruimte, als een plein in de stad waar mensen vanzelf blijven hangen.
In de kelder van het gebouw wordt regenwater opgevangen en opgeslagen in reservoirs met een gezamenlijke capaciteit van drie miljoen liter. Dat water werd vroeger gebruikt om de fabriek schoon te spoelen. Wij onderzochten samen met Saxion Hogeschool en Vitens of dit water kan worden gezuiverd tot drinkwater. Met een speciaal filtersysteem is dat technisch mogelijk, waarmee de Melkhal de eerste particuliere Nederlandse instelling zou kunnen worden die haar eigen drinkwater produceert.
Wij zijn trots op dit project. Zo trots dat we besloten om hier zelf ons bureau te vestigen. Onze werkruimte bevindt zich op de eerste verdieping langs de volledige noordgevel en heeft een oppervlakte van ongeveer 750 vierkante meter. De ruimte is zes meter hoog en badend in daglicht. Twee transparante vergaderkamers verdelen de ruimte op natuurlijke wijze in kleinere werkclusters, zonder het open karakter te verliezen. In het entreegebied ontvangen we bezoekers aan een grote, ronde tafel die fungeert als hart van de werkvloer. Hier ontmoeten collega’s, partners en opdrachtgevers elkaar.
De Melkhal is met vier hectare stadsgebied meer dan alleen een gebouw. Met de toevoeging van een modern hotel en een reeks grondgebonden stadswoningen hebben we ook de omgeving nieuw leven ingeblazen. Op dit moment worden de loftementen gerealiseerd, gestapelde appartementen waarin je mag wonen én werken. De eigenaar bepaalt zelf de invulling, een eigentijds concept dat de grenzen tussen wonen en ondernemen doet vervagen.
Dankzij de nieuwe invulling van het gebied zijn het centrum van Enschede en de omliggende wijken Boddenkamp, Lasonder Zeggelt en Roombeek opnieuw met elkaar verbonden. We hebben zelfs een deel van de historische spoorlijn teruggebracht die ooit langs de Melkhal liep. Zo is de stad letterlijk opengebroken en opnieuw samengebracht.