Superieure akoestiek

Muziekcentrum en conservatorium

  1. budget
  2. innovatie
  3. integraal ontwerpen

Op 9 september 1988 opende koningin Beatrix het Muziekcentrum in Enschede, bestaande uit een grote en kleine concertzaal, in een complex dat gecombineerd is met het conservatorium. Het betekende de start om Enschede op de kaart te zetten als dé muziekstad in Oost-Nederland.

De multifunctionele grote zaal is zowel geschikt voor symfonische muziek als popmuziek en heeft een capaciteit van 1.230 zitplaatsen, maar kan in een handomdraai veranderen in een zaal met een vlakke vloer en biedt dan 1.800 staanplaatsen. De kleine zaal heeft ca. 200 zitplaatsen.

zaal1
zaal2
zaal3
zaal4
zaal5
foyer BG
trap
loopbrug
loopbrug buiten

Burgemeester Wierenga als belangrijk promotor

Met de ondergang van de textielindustrie in de 2e helft van de 20e eeuw was Enschede als stad enorm beschadigd, het was een arme gemeente geworden. Voor de allure en om het vestigingsklimaat aantrekkelijk te maken en daardoor de toekomstmogelijkheden van de stad te vergroten, vond burgemeester Wierenga het van groot belang dat de cultuursector een impuls zou krijgen met de komst van een concerthuis.

Om het project gefinancierd te krijgen heeft hij destijds het maximum weggesleept uit de zogenaamde terugploegregeling, een rijkssubsidiepot voor werkloze bouwvakkers. Maar hij wist ook banken, bakkers, notarissen, makelaars, machinebouwers en vele anderen tot donaties te bewegen waardoor het gebouw tot stand kon komen.

En inderdaad is de komst van het Muziekcentrum sterk bepalend geweest voor de verdere ontwikkeling van het culturele leven van Enschede. Samen met het in 2008 geopende Wilminktheater vormt het Muziekcentrum nu het culturele centrum van Enschede. Bovendien vervult het een Euregionale functie voor muziekliefhebbers uit Twente, Oost-Gelderland én de Duitse grensstreek tot Münster toe.

tent-model zwartwit
tent-model kleur
maquette open
maquette dicht

‘Schoenendoos’ vanwege gewenste akoestiek

Oorspronkelijk had architect Boy Wendrich het gebouw ontworpen in de vorm van een tent, geïnspireerd op de Philharmonie in Berlijn, met het orkest midden in de zaal met rondom de toeschouwers. Op aanraden van akoestisch adviseur Peutz kreeg de grote zaal de vorm van een schoenendoos, gebaseerd op oermodellen als het Gewandhaus in Leipzig en het Concertgebouw in Amsterdam.

Veel goedkoper om te bouwen omdat er dan minder voorzieningen nodig zijn voor hoogwaardige akoestiek, iets wat steeds het uitgangspunt in het ontwerp was. Wel werd het een hoog gebouw, want voor een goede akoestiek bij ca. 1.000 concertbezoekers zou een hoogte van ca. 18m en een breedte van ca. 21m nodig zijn.

Het gekozen ontwerp leverde het gewenste resultaat op! Musici roemen de uitmuntende akoestiek die volgens hen vergelijkbaar is met die van het Concertgebouw in Amsterdam.

plattegrond BG
plattegrond 1e
plattegrond 2e

Combinatie met conservatorium

Om het ontwerp financieel rond te krijgen zou woningbouw als een schil het nieuwe gebouw moeten omringen. Het bleek echter niet genoeg te zijn om aan de terugploegregeling te voldoen. Uiteindelijk deed ‘Den Haag’ een oplossing aan de hand: "Laat de woningbouw vervallen en combineer het concerthuis met het Twents Conservatorium". Een gouden greep, want het conservatorium was dringend toe aan nieuwe huisvesting.

De combinatie concertzaal-conservatorium zou de studenten veel perspectieven kunnen bieden: niet alleen kunnen zij gebruik maken van akoestisch uitstekende ruimten, maar staan ook in direct contact met de concertpraktijk.

balletzaal
slagwerkstudio
leeslokal met orgel
theaterzaal

Geen onderlinge geluidsoverdracht

De grote zaal ligt rondom vrij in het Muziekcentrum, gescheiden door een dilatatievoeg. Zij ligt als het ware losgeknipt in het complex, zo zijn er geen contactgeluiden uit de omliggende ruimtes in de zaal te horen en omgekeerd.

In het conservatorium hebben praktijkruimtes en studio's een eigen specifieke isolatie gekregen: zwevende vloeren op rubberlagen of dubbele vloeren op tussenlagen gevormd door rubberblokken. Afhankelijk van de doordringbaarheid van het geluid, is soms een doos-in-doos-constructie toegepast, o.a. bij de slagwerkstudio. Om hinderlijke echo's te voorkomen zijn in een aantal muzieklokalen de tussenwanden schuin geplaatst, het geluid kan zich zo beter verstrooien.

In het bijzonder is rekening gehouden met mogelijke geluidoverlast voor de bewoners in tegenover liggende woningen. Het geluid blijft binnen de geïsoleerde muren omdat de oostgevel opvallend smalle raampartijen heeft.

Innovatie met luchtkussens

In het ontwerp van de grote zaal werd een innovatie toegepast: de stoelen kunnen met vloer en al op luchtkussens in heel korte tijd in een bergruimte onder het podium geschoven worden. Op deze wijze ontstaat een lege, vlakke vloer die geschikt is voor popconcerten en andere activiteiten.

Space frame onder zaalplafond

De voordelen van dit type dakconstructie zijn:

  • het is een relatief goedkope overspanning
  • vanwege het open karakter voegt het extra constructiehoogte toe, nodig voor de gewenste akoestiek
  • op elke plek in het frame kunnen theaterspots, luidsprekers en microfoons hangen
  • de licht- en geluidtechnicus kan zich veilig in een lorrie in het frame verplaatsen, voor montage en onderhoud van de spots etc.

Vormgeving orgel als stijlbreuk

Bij de bouw was ruimte gereserveerd voor een orgel passend bij de rest van het ontwerp, maar het was wegens geldgebrek wegbezuinigd. Jaren na de oplevering kreeg de gemeente een anoniem legaat dat gebruikt werd voor de aanschaf van een Flentrop-orgel, een gerenommeerd instrument maar met een vormgeving die niet aansluit op de rest van het gebouw. Zoals Boy Wendrich naderhand zei: "Ik kan er niet aan wennen. Die krullen, die kleuren: ik vind het niks. Net een kerkorgel, en we zitten helemaal niet in de kerk."

Sober ontwerp, zonder franje

"Sober, spartaans" zei Boy Wendrich zelf over het gebouw. "Weinig franje, daar was geen geld voor. Maar het is tegelijkertijd ook indrukwekkend degelijk, met een voortreffelijke akoestiek". En daar is IAA Architecten nog steeds erg trots op.

Binnen begroting gebleven

In tegenstelling tot cultuurtempels als de Stopera in Amsterdam is het project in Enschede keurig binnen de begroting gebleven én voor heel weinig geld gebouwd, namelijk voor een bedrag dat een vijfde deel is van de overschrijding van de bouw van de Amsterdamse Stopera.

Integraal ontwerpen 'avant la lettre'

Het ontwerp van het Muziekcentrum was letterlijk een integraal ontwerp van IAA (de Ingenieurs en Architecten Associatie): Boy Wendrich maakte het architectonisch ontwerp, Henk Fokkema het constructief ontwerp, Jos Kortekaas het technisch ontwerp en Marijn van Berkel het interieur ontwerp. En vanzelfsprekend verzorgde IAA de engineering.

Deel dit project op